borstvoeding is wereldwijd de beste voeding, voor zowel moeder als kind. is en leerproces voor de moeder en de baby, waarbij zij elkaar leren kennen en leren voeden. Iedere baby gedraagt zich verschillend aan de borst: zo zijn er gulzige baby’s , opgewonden baby’s, trage baby’s, lekkerbekken, luie baby’s en genieters. Elke baby is anders. Internationaal worden er tien vuistregels gehanteerd als basis voor een degelijk borstvoedingsbeleid

Een pasgeborene heeft een aantal reflexen die nuttig zijn bij het voeden. De zoekreflex zorgt ervoor dat de baby op zoek gaat naar de tepel als hij huidcontact maakt met zijn gezichtje of zijn handjes. Door de hapreflex doet de baby zijn mond ver open als hij voelt dat de tepel daar in de buurt is en hij neemt de tepel in de mond. De zuigreflex zorgt ervoor dat de baby gaat zuigen als hij de tepel tegen het zachte verhemelte voelt. Een wakkere baby met zin in zuigen vormt de basisvoorwaarde om goed aan de borst aangelegd te worden, vandaar dat dit eerste aanleggen moet plaatsvinden binnen een uur na de geboorte. De baby is dan nog heel alert (verhoogd reactievermogen en sterke zuigreflex) en voor de moeder betekent het een begin van de moeder-kind relatie.

Tijdens de eerste tien dagen na de geboorte heeft de baby geen vast ritme. De eerste voedingen zijn bedoeld om het aanleggen te leren en de melkproductie te stimuleren door het zuigen, veel minder om te voeden. Vaak zijn het in het begin kortstondige voedingen. Het frequent aanleggen zal de melkproductie bevorderen. Als de melkproductie eenmaal op gang is, dan zal het ritme van aanleggen verlagen tot 6 á 8 voedingen per 24 uur.

Voor een gezonde, op tijd geboren, pasgeborene is geen bijvoeding nodig in de vorm van kunstvoeding. De baby beschikt immers over een reserve aan vocht en vet die voor de eerste dagen beschikbaar is, tot de melkproductie op gang is gekomen. De regel van vraag en aanbod is hier het belangrijkst. Telkens als de baby om voeding vraagt, moet hij de kans krijgen om aan de borst te zuigen. Dit is belangrijk om de melkproductie te stimuleren en af te stemmen op de vraag en de behoefte van de baby. Zodra de melkproductie op gang is, zijn er voldoende signalen die aangeven dat een baby goed drinkt; goede elastische huid, tevreden baby, voldane indruk, rust, twinkelende oogjes en voldoende natte luiers per 24 uur (ongeveer 6 stuks).

Indien er op indicatie toch met kunstvoeding moet worden bij gegeven, wordt deze met voorkeur toegediend met een lepeltje, cupje of voedingsspuitje. Starten met bijvoeding dient altijd in overleg gedaan te worden met de verloskundige.

Een essentiële factor om borstvoeding te doen slagen is goede voorbereiding en motivatie. Wij raden aan om een van de vele aangeboden cursussen te volgen die er zijn voor borstvoeding. Daarnaast is goede, gevarieerde en evenwichtige voeding ook tijdens de lactatieperiode belangrijk. In principe mag tijdens de borstvoeding alles gegeten worden, zij het met mate. Je moet uittesten wat een baby verdraagt en wat niet. Voldoende drinken is belangrijk (2 liter per dag) en rekening moet gehouden worden met voedingsstoffen die en laxerend effect hebben. Het drinken van alcohol wordt afgeraden.